Het orchidee kind en slaap
Ik heb een intellectuele obsessie met een kinderarts die Thomas Boyce heet. In alles wat ik over babyslaap lees, bestudeer en uitzoek, kan ik niet om zijn werk heen. Dat is geen toeval, hij deed onderzoek dat ons vandaag de dag veel meer laat begrijpen over gevoeligheid, temperament en slaap. Maar wat hem ooit tot dat werk dreef was geen academische nieuwsgierigheid.
Het was zijn zus.
Boyce groeide op in een gezin waar het niet altijd makkelijk was. Hijzelf ging er doorheen zoals hij zelf zegt als een paardenbloem, die plant die door elk stuk asfalt heen groeit. Zijn zus Mary had het veel zwaarder: ernstige fysieke en mentale klachten haar hele leven, die uiteindelijk fataal werden. Boyce bleef met de vraag zitten: hoe kunnen twee mensen in hetzelfde gezin zo'n compleet andere weg gaan?
Dat hij die vraag niet losliet, is goed voor ons.
Wat zijn orchidee-, tulpen- en paardenbloemenkinderen?
Boyce begon met twee types. Paardenbloemen en orchideeën. De grote meerderheid van kinderen, zo'n 70 tot 85 procent, is biologisch robuust, ze gedijen in bijna elke omgeving, of de omstandigheden nu goed of minder goed zijn. Dan zijn er orchideeën, ruwweg 15 tot 30 procent. Biologisch hoogreactief, gevoelig voor alles wat er om hen heen gebeurt. In een moeilijke omgeving kunnen ze flink vastlopen, maar in een omgeving die bij ze past doen ze het opvallend goed, soms zelfs beter dan de robuuste kinderen.
Later voegde onderzoeker Michael Pluess daar een derde groep aan toe: tulpen. Een grote middengroep van zo'n 40 procent, waarbij het driegroepen-model er dan uitziet als ongeveer een derde orchideeën, een derde paardenbloemen, en 40 procent tulpen. Gevoeliger dan paardenbloemen, maar niet zo scherp afgesteld als orchideeën.
En dit gaat niet zozeer over karakter of opvoeding. Het zit vooral in hoe het stressresponssysteem van een kind biologisch reageert. Uit onderzoek blijkt dat orchideekinderen al sterk reageren op milde stressoren, zoals het proeven van citroensap of het herhalen van een rij cijfers. Hun stressresponssysteem slaat harder aan dan bij andere kinderen, zelfs op dingen die voor anderen nauwelijks als stress tellen.
Waarom slaapt een gevoelig kind slechter?
Een van de dingen die ik vaak hoor van ouders: "Mijn vriendin deed precies hetzelfde en haar baby valt gewoon zelf in slaap. Bij ons werkt niks." En dan die stilte erna, die eigenlijk zegt: wat doen wij fout?
Een gevoelig kind ervaart de wereld anders. De drempel voor wat hun zenuwstelsel als prikkel registreert ligt lager. Wisselende temperatuur, een geluid op straat, de manier waarop jij de kamer verlaat, wat voor het ene kind nauwelijks opvalt is voor het andere gewoon veel meer informatie om te verwerken. En een slaapadvies dat is geschreven voor een gemiddeld zenuwstelsel past niet automatisch op een kind dat bovengemiddeld gevoelig is.
Dat wil niet zeggen dat een gevoelig kind nooit goed slaapt. Het betekent dat het andere dingen nodig heeft om goed te slapen. En dat begrijpen maakt al heel veel verschil, al is het alleen maar omdat je stopt met zoeken naar wat er mis is.
Als jij nu in die fase zit waarbij elke nacht een overlevingspoging is, ik zie je. Als je twijfelt of je de juiste keuzes maakt terwijl je zo ontzettend je best doet, ik zie je ook. Het zware van dit moment zegt niets over hoe goed je bezig bent.
Orchidee kind en slaap: waarom jouw aanpak er anders uit mag zien
Gevoelige kinderen worden vaker en sneller wakker, hebben meer moeite om de slaap te vinden en te houden, en hebben meer co-regulatie nodig dan robuustere kinderen. Ouders van dit soort kinderen rapporteren daardoor ook meer slaapproblemen, en dat maakt hen eerlijk gezegd extra vatbaar voor het advies om te slaaptrainen. Want als je maanden niet slaapt en iedereen zegt dat je kind het "zelf moet leren", ga je op een gegeven moment alles proberen.
Maar hier is iets wat ik je wil meegeven over die vriendin van wie de baby na een week doorsliep. Grote kans dat zij een paardenbloem in bed had liggen, een kind dat sowieso beter zou gaan slapen naarmate het ouder werd, met of zonder methode. De slaaptraining kreeg het krediet. Dat is niet haar schuld, maar het verklaart wel waarom haar ervaring zo weinig zegt over wat jij kunt verwachten.
Want juist orchideekinderen zijn de kinderen die het minst bij slaaptraining gebaat zijn. Slaaptraining is voor hen stressvoller, ze hebben meer hulp nodig om tot rust te komen, en hun systeem is gevoeliger voor de effecten van aanhoudende stress. Een paardenbloem overleeft een eenzame nacht prima. Een orchidee verwelkt erin.
Wat ze wel nodig hebben is co-regulatie, iemand die van buitenaf helpt kalmeren omdat ze dat zelf nog niet kunnen. Jij bent daarin hun grootste kracht. Wat bijvoorbeeld ook helpt is het zenuwstelsel actief ondersteunen bij prikkelverwerking, en dat gaat vaak niet door prikkels weg te halen maar juist door ze toe te voegen. Stevige aanraking, beweging, ritme, muziek, buiten zijn, wat precies werkt verschilt per kind, maar het principe is hetzelfde: het zenuwstelsel heeft iets nodig om te helpen landen.
Orchidee kind en temperament: geen enkel slaapadvies past op alle gevoelige kinderen
Even een stapje terug. Die bloemenindeling gaat over biologische reactiviteit, hoe hard schiet het stressresponssysteem van een kind aan. Dat is het grote plaatje, maar je ziet het niet rechtstreeks. Je ziet het in hoe een kind zich gedraagt, hoe het reageert, wat het aankan. En daar komt temperamentonderzoek om de hoek kijken.
Thomas en Chess beschreven al in 1977 negen concrete kenmerken waarop kinderen van elkaar verschillen. Denk aan hoe gevoelig een kind is voor prikkels, hoe intens het reageert op dingen, hoe makkelijk het schakelt tussen situaties. Een orchideekind heeft door zijn hogere biologische reactiviteit vaker een lage prikkeldrempel, reageert feller en heeft meer tijd nodig om aan iets nieuws te wennen. Maar twee orchideekinderen kunnen er in de praktijk heel anders uitzien, omdat elk kind zijn eigen unieke combinatie van die kenmerken heeft.
Het ene orchideekind kan de slaap niet vatten als er een labeltje in zijn pyjama zit dat kriebelt. Het andere ervaart interne prikkels zoals honger of moeheid zo intens dat het zenuwstelsel daardoor al hoog oploopt, en dan helpt rust forceren niet, maar juist iets aanbieden zoals ritmisch bewegen of zuigen. En dan heb je het kind dat helemaal van de leg raakt als de volgorde van het avondritueel ook maar een beetje afwijkt. Zelfde bloem, compleet andere avond.
Om deze reden zit er in de cursus Babyslaap Basics een screener (voor als je je zorgen maakt of er iets onderliggends meespeelt bij jouw kind) en een lijst met prikkels om mee te experimenteren, zodat je kunt uitzoeken wat voor jouw kind werkt.
En dan nog één ding. Biologische sensitiviteit heeft een erfelijke component. Wat dat soms betekent in de praktijk: jij herkent misschien als geen ander wat jouw kind ervaart. Niet omdat je het ergens gelezen hebt, maar omdat jij het zelf ook kent. Die dynamiek verdient ook aandacht, maar dat is stof voor een andere blog.
Thomas Boyce kon zijn zus Mary niet terugbrengen. Maar het onderzoek dat zijn verdriet voortbracht heeft voor heel veel ouders iets veranderd: dat ze hun kind kunnen zien voor wie het is, en manieren vinden om het te ondersteunen.