Over nachtvoedingen, grenzen en een plan dat niet werkte
Gisteravond om acht uur bedacht ik dat ik een van mijn tweeling in zijn eigen bed zou leggen. Voor het eerst, op een eigen kamertje. Een uur later lag hij daar (zo doordacht was het).
Bij mijn oudste hebben we dat destijds rustig opgebouwd, met spelen op zijn kamer en een keertje overdag daar slapen. Bij Raffa bedacht ik het tussen twee slokken thee door. Maar goed, hij sliep er ruim drie uur achter elkaar. Ik sliep ondertussen geen minuut, maar staarde naar de babyfoon met de vraag of dat ding wel echt aanstond en of die kamer eigenlijk wel kindproof was, want we slapen op vloerbedden en hij kan er zelf uit lopen. Het was bijna een opluchting toen hij om kwart over twaalf wakker werd.
Het idee van zo'n vloerbed is natuurlijk dat ik er dan lekker naast kan komen liggen. Alleen had ik door mijn beperkte voorbereiding daar geen dekbed en geen kussen en was ik te moe om dat te gaan halen, dus paste ik de wetenschappelijk zeer geavanceerde interventie toe van kind oppakken en meenemen naar mijn eigen bed.
Ik vertelde gisteren in mijn stories dat ik de nachtvoedingen wil gaan afbouwen en kreeg daar zoveel vragen over dat ik dacht: ik schrijf wel even hoe we dat doen. Alleen is het eerlijke antwoord inmiddels vooral dat ik geen idee heb hoe we dat gaan doen.
Even de situatie
Mijn tweeling is 21 maanden. We slapen samen maar apart: eentje bij Jos, eentje bij mij, en lange tijd wisselden we dat elke paar dagen om. Degene die bij mij ligt heeft open bar, degene bij Jos niet (niet omdat Jos heel goed grenzen kan stellen, maar voornamelijk omdat hij geen borsten heeft).
Dat werkte lang verrassend goed. Bij Jos werd een flesje aangeboden, dat het laatste half jaar meestal beledigd werd weggegooid, en vervolgens sliepen ze weer verder. Bij mij dronken ze. Voor mij was dat ook lange tijd de makkelijkste manier: ik hoefde mijn bed niet uit, kind drinkt, kind slaapt, ik slaap.
Tot er iets begon te kantelen. Degene die bij Jos lag vroeg steeds minder en sliep steeds vaker door, degene die bij mij lag juist steeds vaker. En met vaak bedoel ik niet één of twee nachtvoedingen, want dat zou ik eigenlijk prima vinden. Ik voed de meeste nachten nog een keer of vijf en soms ligt degene naast mij een groot deel van de nacht aangekoppeld. Daar slaap ik uiteindelijk ook gewoon niet meer doorheen.
Achteraf denk ik dat ons wisselsysteem daar zelfs aan heeft bijgedragen. Bij Jos was er geen borst, daar konden ze van alles van vinden maar er viel weinig over te onderhandelen. Bij mij was hij er ineens weer wel, alleen niet voor altijd. Het leek steeds meer alsof ze gingen inhalen: nu mama er is, drinken. Veel, want over een paar nachten is het weer voorbij.
Of dat precies is wat er in die twee dreumeshoofden gebeurde weet ik natuurlijk niet, maar het patroon was opvallend genoeg. Waar ik nogal graag vertel dat ik niet zo van de gedragsmatige slaapinterventies ben, had ik mijn eigen kinderen per ongeluk effectief geconditioneerd.
Dus bedachten we een nieuw plan. Eén kindje langere tijd bij Jos, zodat het niet iedere paar dagen weer veranderde en hij echt kon wennen aan nachten zonder borstvoeding. Daarna zouden we wisselen.
Fedde lag anderhalve maand bij Jos en dat ging goed. Hij sliep steeds beter en vaak gewoon door. Daarna kwam hij terug bij mij en wilde nacht één ongeveer permanent aan de borst liggen, alsof er niets was gebeurd.
Wat ik een ander zou adviseren en zelf niet deed
Op dat punt weet ik natuurlijk precies wat ik tegen een andere ouder zou zeggen. Je kind mag iets heel graag willen zonder dat het ook hoeft te gebeuren. Hij mag boos of verdrietig zijn over een grens en huilen betekent niet automatisch dat die grens verkeerd is. Je kunt bij hem blijven terwijl hij het daar heel erg niet mee eens is.
Ik heb dat deze zomer zelf ongeveer nul keer succesvol uitgevoerd.
Ik was zo ongeveer de hele zomer ziek en de energie om 's nachts met een woedende dreumes een pedagogisch verantwoord grensmoment uit te zitten was er gewoon niet. Zeker niet als er vervolgens nog twee kinderen en hun vader wakker worden.
Maar ik kwam ook achter iets anders: mijn grens is helemaal niet dat ik wil stoppen met nachtvoeden. Ik wil niet meer vijf of zes keer per nacht voeden en urenlang een kind aangekoppeld hebben. Als hij een keer wakker wordt en even wil drinken, vind ik dat prima. Ik probeerde dus een oplossing uit te voeren die veel groter was dan mijn eigenlijke probleem.
Daar zat wel een gedachte achter. Voor veel kinderen kan een duidelijke grens makkelijker zijn dan langzaam afbouwen. 's Nachts drinken we niet meer is behoorlijk overzichtelijk, terwijl soms wel en soms niet betekent dat er bij ieder wakker moment opnieuw iets te proberen valt. Je kunt dan juist krijgen dat een kind méér met die borst bezig raakt, precies wat ik wilde voorkomen. Alleen koos ik daarmee voor de theoretisch helderste oplossing en bleek die in ons gezin helemaal niet zo handig uit te pakken.
Misschien ga ik het straks daarom toch kleiner maken en eerst proberen wat meer tijd tussen de voedingen te krijgen. Dat heb ik overigens ook al geprobeerd, maar als Fedde wakker wordt en de borst niet krijgt terwijl ik naast hem lig, raakt hij behoorlijk ontregeld en is er weinig anders waarmee ik hem op dat moment nog kan helpen.
Fedde en Raffa zijn allebei kinderen met een vol temperament en ik denk dat ik daar nog eens een hele blog aan moet wijden, want dat maakt nogal uit voor hoe je met grenzen en veranderingen omgaat. Waar je bij het ene kind kunt denken: dit is even moeilijk, we houden vol en over een paar dagen is hij gewend, kan hetzelfde zetje bij een temperamentvol kind veel groter binnenkomen. Niet iedere escalatie betekent dat je moet stoppen, maar ik vind het wel belangrijk om te blijven kijken: wordt iets langzaam vertrouwder of raakt mijn kind steeds verder van slag?
Toen ging het ineens niet meer over melk
Want precies dat laatste gebeurde bij Fedde. Nadat hij weer een tijdje bij mij had gelegen, ging hij terug naar Jos en ineens kon hij niet meer schakelen. We dachten eerst dat we daar even doorheen moesten, alleen werd het niet beter maar erger. Hij huilde steeds harder, was steeds moeilijker te bereiken en begon uiteindelijk al aan mij vast te klampen als Jos beneden binnenkwam, omdat hij al anticipeerde op dat hij zo bij mij weggekaapt zou worden.
Toen hij vannacht volledig overstuur was en bij Jos niet meer tot rust kwam, heb ik hem overgenomen. Er ging nog een soort naschok door zijn lijf en daarna ontspande hij tegen me aan. Voor mij voelde dat niet meer als een kind dat heel boos was omdat hij geen melk kreeg, dit was scheidingsalarm.
Dus Fedde slaapt voorlopig weer bij mij.
Bij Raffa zien we iets anders. Die kan ook flink overstuur zijn als ik wegga, maar laat zich daarna door Jos troosten en past zich aan. Dat vind ik prima. Verdriet om mij missen hoeft niet opgelost te worden door mij terug te halen. Dat verschil vind ik belangrijk. Niet: huilt mijn kind? Maar: wat gebeurt er met mijn kind terwijl we dit een tijdje proberen?
En eerlijk is eerlijk, ik vind het zelf ook moeilijk als een van hen duidelijk mij wil en ik toch wegga. Daar zit bij mij snel schuldgevoel op. Dat gevoel hoef ik niet weg te redeneren, maar ik wil het ook niet automatisch laten bepalen wat we doen. In dit geval was het niet alleen mijn schuldgevoel dat toenam. Fedde liet steeds duidelijker zien dat dit voor hem op dit moment niet makkelijker werd.
Dus voorlopig Fed bij mij en Raf bij Jos, hoe oneerlijk mijn moederbrein dat soms ook probeert te vinden.
Een plan moet ook buiten papier werken
Met één kind konden Jos en ik dit soort dingen veel makkelijker opvangen. Had ik een zware nacht, dan deed hij de ochtend. Met drie kinderen zijn we eigenlijk altijd allebei tegelijk nodig. Als ik 's nachts met Fedde bezig ben en Jos met Raffa, is er niet nog ergens een derde ouder die de volgende ochtend fris aan de ontbijttafel verschijnt en een actieve dag met Eli tegemoet gaat.
Dat is ook waarom ik niet zo geloof in slaapplannen die alleen op papier kloppen. Je kunt precies weten wat je wilt veranderen, begrijpen waarom een bepaalde aanpak logisch is en alsnog ontdekken dat het bij dit kind, op dit moment, in dit gezin anders uitpakt. Dat betekent niet dat je bij ieder protest moet stoppen, maar consequent zijn betekent voor mij ook niet dat je blijft doormarcheren omdat je het nu eenmaal zo had bedacht.
Voorlopig doen we daarom even niks spannends meer. Fedde bij mij, Raf bij Jos, niet meer wisselen en eerst zorgen dat de nachten weer een beetje normaal voelen. Daarna ga ik opnieuw kijken naar die nachtvoedingen, waarschijnlijk met kleinere stapjes en misschien met pauzes ertussen. Afbouwen hoeft tenslotte niet in één rechte lijn te gaan.
Als we weer verder gaan, schrijf ik daar een vervolg over. Juist omdat ik het interessant vind om te laten zien hoe zoiets er in het echt uitziet: iets bedenken, proberen, soms bijstellen en soms even volledig vastlopen, ook als je psycholoog en slaapcoach bent ;)